Galerie Peter Leen  homepage                                                                                                                                                                  archief kunstenaars

 

Rinny Reulink

 

 

schilder

1931  -  2010

 

   

         

       

   

 

Het was Pierre Janssen die ervoor zorgde dat Rinny Reulink zijn eerste tentoonstellingen kreeg.

 

'Stoel handdoek en citroen'

olieverf op linnen,  70 x 50 cm,  1957

Geïnspireerd door de schilderijen van Vincent van Gogh

De kunstenaar was toen 26 jaar...

 

'Weg langs het Ganzen Ei'

olieverf op linnen,  35 x 40 cm,  1970

 

'Witte koe'

olieverf op linnen,  30 x 40 cm,  1979

 

'Landschap sneeuwblauw'

olieverf op linnen,  30 x 40 cm,  1981

 

'Bruid'

gemengde techniek op papier, 50 x 28 cm,  1969

 

'Naakt met grote ogen in blauw'

gemengde techniek op papier,  25 x 24 cm,  1986

 

'Portretschetsje Anneke'

olieverf op linnen,  30 x 25 cm,  1983

 

'De groene oorbel'

tempera op linnen,  60 x 40 cm,  1981

 

 'Droom Iris'

pastel op papier,  20 x 20 cm,  1979

 

'Het opkijken'

pastel op papier,  25 x 14 cm,  1979

 

'Geef vrouwtje poot'

olieverf op linnen,  25 x 30 cm,  1982

 

'Haren gewassen'

olieverf en tempera op linnen,  75 x 80 cm,  1982

 

'Zittend naakt met doek, blauw'

olieverf op linnen,  65 x 80 cm,  1998

 

'Naakt met barnsteenketting'

olieverf op linnen,   90 x 95 cm  (rond 1960)

 

Prijzen en beschikbaarheid op aanvraag.

Heeft u interesse in één van bovenstaande werken en wilt u deze in de galerie komen bekijken dan kunt u deze vast reserveren,

mailt u naar: info@galeriepeterleen.nl

 

Schatgraven op zolder van een woonhuis in een buitenwijk van een stad in Nederland.


Vorige week had ik een afspraak met één van de dochters van de Rinny Reulink.
R.G.J. Reulink, schilder/kunstenaar, geboren in 1931 te Velp.
De kunstenaar overleed in 2010 en het huis van de kunstenaar moest worden leeggehaald door de vier dochters die hij uit twee huwelijken had. Een boerderijtje in een klein plaatsje tussen Arnhem en Zutphen. Daar leefde de kunstenaar de laatste jaren bijna als een kluizenaar tussen en met zijn schilderijen. Zelden kwamen er mensen bij hem in het huis. En zo troffen de erfgenamen het huis ook aan...

Honderden schilderijen werden naar buiten gedragen en ter plekke gefotografeerd. Veel, teveel om het op één plek op te slaan. Dus werden de schilderijen op verschillende plekken opgeborgen. Wachtend op iemand die er ‘iets’ zinnigs mee zou gaan doen.


In 2010 was ik reeds benaderd door dezelfde dochter van de kunstenaar. Een expositie stond dit jaar gepland. Om een eerste indruk te krijgen van de verzameling schilderijen en tekeningen was de afspraak gemaakt om afgelopen week een deel te komen bekijken en daar alvast een selectie te maken van de werken die tentoongesteld zouden worden.
Ik kom dus op die zolder en tref daar, afgedekt door lappen en lakens, een kleine tweehonderd schilderijen aan die ongeveer op formaat bij elkaar waren gezet. Een collectie die zo’n zestig jaren schilderarbeid bestrijkt. Door de schilderijen van Vincent van Gogh geïnspireerd sta ik naar schilderijen te kijken uit de jaren veertig. Landschappen, mensenfiguren, stillevens in dezelfde donkere tinten als die van Van Gogh. Andere periodes zijn een mix van Impressionisme, Expressionisme en het Fauvisme. Uit een nog latere periode lijkt de invloed van de CoBrA kunstenaars aanwezig te zijn en zie ook veel naakten.
Alles keurig beschreven, gesigneerd en getiteld.
Schrikken was het niet, meer stomme verbazing. Een expositie in de galerie is niet te doen dacht ik meteen. Een tentoonstelling in het ‘Rijks’ dat zou eerder een mogelijkheid zijn…
Te veel schilderijen, teveel uiteenlopende stijlen (door de jaren heen gegroeid), teveel van alles! Ik heb gezegd er over na te denken hoe we dit gaan aanpakken. Zeven schilderijtjes heb ik vast meegenomen om in de galerie te laten zien, zeven werken met één thema uit één periode. Eigenlijk in de gauwigheid bij elkaar ‘gevonden’.
In de galerie laat ik het zien, dezelfde dag nog en vertel dit verhaal en beschrijf een beetje het leven van de kunstenaar (voor zover ik er weet van heb). Meteen dezelfde dag verkoop ik er één en nog één… Vijf schilderijen hangen nu in een compilatie bij elkaar op de rode wand in de galerie. ‘t Is prachtig, wat een vondst.
Maar dan de waarde van de schilderijen… hoe te prijzen? Oude verkoopnota’s heb ik wel gezien, tentoonstellingen zijn er geweest in onder andere in Het Singer Museum te Laren, in het Stedelijk Museum en het Henriëtte Polak Museum te Zutphen, in het Gemeente Museum in Arnhem. Toch niet niks, maar bij het grote publiek volgens mij niet echt doorgedrongen.
We hebben afgesproken de schilderijen niet voor de hoofdprijs aan te bieden. De collectie bij elkaar houden is geen optie. De erven hebben zelf al meerdere stukken in huis, opslaan is onzin, voor wie? En veel belangrijker is dat de schilderijen het land in moeten, verkocht in de geest van de kunstenaar, die heeft ze tenslotte niet gemaakt om ze vervolgens weer weg te zetten. Kunst moet gezien worden!
Alles moet opnieuw gefotografeerd worden, een boek moet er worden samengesteld. Op de site van de galerie komt een eigen pagina met het werk van de kunstenaar. Deze wordt dan steeds geüpdatet. Het idee is om telkens weer een ‘nieuwe’ serie in de galerie te exposeren, periode voor periode, stijl en/of onderwerp bij elkaar.
Een bijzondere uitdaging maar ik ga deze met veel enthousiasme aan!
Dus… komt dat zien, komt dat zien!

Peter Leen
Breukelen, 11 maart 2014

 

                  

 

Rinny Reulink (Reinerus Gerardus Johannes) werd geboren op 26 augustus 1931 geboren te Velp en overleed op 25 mei 2010 te Spankeren.

Rinny is twee keer getrouwd geweest. Eerst trouwde hij met Hansje Jansen en kreeg met haar 2 dochters Saskia en Pomona.
Daarna trouwde hij met Anneke Molhoek en kreeg met haar 2 dochters Anne Gabriëlle en Iris.

Zijn werk bestaat uit schilderijen, tekeningen, aquarellen, etsen en foto’s. Hij exposeerde in diverse musea en galerieën (zie bijgevoegde lijst). Zijn werk bevindt zich in de collectie van de Gemeente Rheden, Stichting Hannema-de Stuers Fundatie en bij diverse particulieren. Zijn werk werd ook veelvuldig aangekocht door de BKR (Beeldende Kunstenaars Regeling).
Tevens is hij vermeld in het Lexicon Nederlandse Beeldende Kunstenaars 1750-1950. Hij was lid van de Beroepsvereniging voor Beeldende Kunstenaars en van de Rhedense stichting voor kunst en cultuur De Alliantie.

Zijn werk is figuratief. Na een aanvankelijke donkere periode in zijn beginjaren, die doet denken aan de Brabantse periode van Van Gogh verandert zijn stijl van werken. Het groeit uit tot een synthese van impressionisme en expressionisme met fauvistische tendensen. Hij was een groot bewonderaar van o.a. Cézanne, Rik Wouters, Francis Bacon en Soutine.

Al voor de Tweede Wereld Oorlog was hij als klein jongetje al bezig met tekenen en schil-deren. Hij wilde graag professioneel schilder worden. Op aandringen van zijn moeder ging hij na de lagere school naar de toenmalige Kunstoefening (Arnhemse Academie voor Beeldende Kunsten) onder leiding van directeur/schilder G.J. van Lerven. Hij kreeg les van o.a. Piet Landkroon en Fred Sieger. Een medeleerling was Theo Wolvecamp, die later lid van de COBRA groep zou worden. In 1948 moest Rinny door geldgebrek van school af. Studiebeurzen waren er nog niet. Hierna heeft hij een jaar de Ambachtsschool gedaan voor huisschilder. Hij heeft hier veel vakkennis over materialen opgedaan. Daarna ging hij weer terug naar de academie en mocht de 3e klas overslaan en studeerde in 1951 af.
Hij ging een jaar werken als huisschilder en werkte vervolgens 3½ jaar lang op de AKU (nu Akzo Nobel) te Arnhem, als productiemedewerker. Het werken in ploegendienst maakte het mogelijk dat hij vrij regelmatig kon blijven schilderen. Hij had in deze jaren veel bewondering voor Van Gogh, met name diens Brabantse periode. Dit resulteerde in een expressionistische stijl van werken.

In 1956 vond zijn eerste belangrijkste tentoonstelling plaats in galerie ‘De Populier’ te
Arnhem waar hij goede kritieken kreeg. Zijn werk wordt losser en kleuriger. Vooral zijn aquarellen van kinderen worden geroemd om hun gevoeligheid, sfeer en vakmanschap. Hieruit blijkt zijn grote begaafdheid voor deze materie. Een aquarellist ‘pur sang’ schrijft een reces-sent. Het briljante kleurgebruik en de geweldige technische beheersing vallen op. De term watervlug is hier bijna letterlijk van toepassing. In deze periode gaat zijn stijl van werken steeds meer richting impressionisme. Ook is het een begin naar het zoeken van een eigen stijl. In deze tijd heeft Rinny verschillende tentoonstellingen die allemaal goed worden ontvangen. Inmiddels is hij naar Arnhem verhuisd en vindt hij aansluiting bij verschillende
kunstenaars aldaar. In een interview met Maarten Beks, kunstcriticus van het Arnhems Dagblad, spreekt hij zijn fascinatie uit voor Cézanne en Rik Wouters n.a.v. zijn tentoonstelling in de Kunstkamer te Arnhem (1961). In 1956 gaat hij bij de AKU weg om zich geheel aan het tekenen en schilderen te wijden.

Door middel van de Contraprestatie (Beeldende Kunstenaars Regeling) kon hij in zijn levensonderhoud voorzien. Ook kon hij één van de historische ‘Sonsbeekhuisjes’ als atelier van de Gemeente Arnhem huren. Het prachtige park en de bezoekers zijn een grote inspiratiebron voor hem. Die werd vertaald in een groot aantal impressionistische schilderijen, tekeningen en aquarellen. Er volgen exposities op de Universiteit Utrecht en in slot Zeist (1960). Er wordt werk van hem aangekocht door de HBS te Apeldoorn. In een interview voor De Gelderlander met Jaap G. Adriani, dichter, publicist en vriend van Rinny, zegt Rinny het volgende: ‘Ik schilder wat ik zie en voel. De lijn moet in mijn zwart/wit tekeningen ook kleur weergeven en dat is moeilijk. Het technische detail (handen/voeten) is niet belangrijk. Het gaat om de sfeer, die ik wil uitdrukken. Ik blijf schilder in alles wat ik maak. Overal zie ik kleur. Het alledaagse boeit me in thema’s zoals moeder en kind en in portretten van mijn dochters. Toch ben ik nog steeds op zoek naar een eigen stijl, een eigen handschrift’.

In 1962 werkt hij voor de Culturele Raad voor Gelderland als inrichter van reizende tentoonstellingen die tot doel hebben mensen kennis te laten maken met kunst, voor mensen die niet zo snel naar een museum of galerie gaan. Hij heeft hier vele jaren met veel genoegen gewerkt.
De tentoonstelling in Winterwijk 1963 wordt gekenmerkt door een zuiveringsproces in zijn werk. Het werk waarin hij gewonnen heeft aan picturale intelligentie en het weglaten van datgene wat niet bij hem hoort, zoals invloeden van anderen. Hij ontwikkelt langzaam een eigen concept. Opmerkelijk is: de menselijke figuren staan niet meer centraal in het schilderij, maar zijn zuiver functioneel geworden en worden als rekwisiet in een interieur of landschap behandeld. Met andere worden de achtergrond is niet langer een decor om de menselijke figuur heen, maar is picturaal even belangrijk en betekenisvol als de menselijke figuur. Het gaat om het uitdrukken van de totale sfeer in het kunstwerk. Zijn fijngevoeligheid komt vooral tot uitdrukking in zijn tekeningen en aquarellen.

In 1965 trouwt hij met Anneke Molhoek en beheren zij het gebouw van Stichting Gelders Kunstcentrum Epok. Als dit gesloten wordt in 1967, verhuizen ze naar Dieren waar hun dochters Anne Gabriëlle (1968) en Iris (1969) geboren worden.
In 1970 verhuist het gezin naar een boerderijtje in Spankeren waar Rinny tot aan zijn dood heeft gewoond. Hij heeft kalkoenen en een bok die een grote inspiratiebron voor hem vormen, evenals de prachtige landelijke omgeving.

In 1969 ondergaat het werk van Rinny een grote verandering. Het lyrische gaat over naar het dramatische. Het thema is menselijke wreedheid, onmacht en erotiek. Soms komt het werk hard, ongeciviliseerd en wreed over. Bijvoorbeeld in zijn schilderijen met karkassen op slagerstafels, dode vogels, dode dieren, opgehangen kalkoenen. Doordringen tot in de bodem van de dingen en gevoelens, ontdaan van hun versluierende oppervlakkigheid door glans en esthetiek. Soms herinnert het aan werk van Goya, Francis Bacon en Soutine. Zijn stijl is nu niet langer impressionistisch maar expressionistisch. Over zijn werk in 1970 zegt hij in een interview dat er opvallend veel kalkoenen in zijn werk voorkomen. Zij vormen het onderwerp in mijn schilderijen, tekeningen en aquarellen. Zij vormen de aanleiding tot de ommekeer in mijn werk vanaf 1969. De reden is, vervolgt hij, dat in de periode daarvoor, de
Sonsbeekperiode (hij doelt op het verblijf in zijn atelier daar) ik steeds minder binding kreeg met het onderwerp. Ik drong mijn gevoelens terug in uiterlijkheden. De wezenlijke ervaring met de dingen bracht ik niet over. Het bleef teveel materie. Ik verzoop zowat in esthetische uiterlijkheden. Heel mooi, heel fraai allemaal, maar toch! Dit veranderde in mijn contact met kalkoenen. Ik heb zelf een paartje in mijn tuin lopen. Hun oerachtig uiterlijk en gevoel wat ze uitstralen brachten ze aan me over. Hetzelfde oergevoel zie ik hier in Spankeren. In bomen, struiken, landschappen, het leven van de boeren met hun vee. Er worden hier dieren geboren en sterven, alles volgens een oerritme. Het bestaan van de mens en zijn vee, zonder sentiment.

In 1980 wordt Rinny Reulinks werk gekenmerkt door het thema vrouwen, die meestal met ontbloot bovenlijf, roerloos op een bed liggen en je aankijken. De kern van zijn geboeidheid is het uitbeelden van de vrouw als autonoom wezen, rustend in zichzelf. Zoals te zien is op zijn tentoonstelling bij TNO (Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek) te Apeldoorn in 1984 en uitvoerig beschreven in de bijbehorende catalogus. Het werk uit deze periode boeit door een picturale rijkheid en ademt tevens een sfeer van verstilling en contemplatie.
In 1980 wordt op de tentoonstelling in de galerie ’t Bagijntje’ te Lochem de aquarel ‘Interieur’ aangekocht door dr. Hannema voor zijn collectie in Kasteel Het Nijenhuis in Heino.
In 1982 exposeert Rinny in het Singer museum te Laren.
In 1984 worden 3 tekeningen opgenomen in de catalogus van de Culturele Raad voor
Gelderland.

Rinny Reulink en Anneke Molhoek scheiden in 1985.

In 1997 vindt er een overzichtstentoonstelling plaats in Kunsthuis 13 te Velp vanwege zijn 65-jarige leeftijd. In een interview zegt hij dat hij probeert in zijn werk licht door kleur te laten ontstaan.
Naar aanleiding van zijn tentoonstelling in galerie Tingeling te Dieren zegt Rinny: ‘Tekenen is voor mij het voedsel om te komen tot schilderen. Het is en blijft de bron; het zien van de dingen, de gedachten, het onderzoeken van vorm en licht. Kortom het zichtbare vast te houden om te komen tot een beeldwerkelijkheid’.

Intussen heeft hij zich al een aantal jaren aangesloten bij de Rhedense kunstenaarsvereniging De Alliantie. In 2005 krijgt hij tijdens de culturele meimaand ‘de Rhedense Lente’ door Stef de Wit (directeur de Alliantie) een boekje uitgereikt met zijn tekeningen als eerbetoon aan zijn werk.

In 2005 hield Rinny zijn laatste grote tentoonstelling met titel ‘Indertijd gezien’ in het Gemeentehuis te Rheden. Een groot aantal werken dateren uit enkele jaren voor de oorlog en van de eerste jaren daarna. Het werk bestaat uit portretten en landschappen die niet eerder te zien zijn geweest. De periode bestrijkt werk vanaf zijn 15e tot zijn 20ste levensjaar. De tentoonstelling omvat in totaal 70 werken die zelden of niet eerder getoond zijn. De oorzaak dat deze werken zelden of niet getoond zijn, is niet omdat hij er niet achterstaat, maar om de ongebruikelijke materiaalkeuze, die vaak heel kwetsbaar is. Zoals triplex, lappen linnen, kussenslopen van zijn moeder en lappen canvas afkomstig uit militair afval uit de oorlog. Een indrukwekkend schilderij vormt het ‘Kapot huis’ bij de Sabelspoort te Arnhem uit 1946.

Hierna was zijn werk alleen nog te zien in collecties van kunsthandelaren. Zelfstandig exposeren deed hij niet meer. Hij was toen al ziek. De laatste 2 jaar van zijn leven heeft hij niet meer kunnen schilderen. Hij stierf tenslotte aan ouderdom en kanker op 25 mei 2010 op zijn geliefde boerderij in Spankeren. Na een leven dat gevuld was met het scheppen van schoonheid.

Op zijn laatste tentoonstelling ‘Indertijd gezien’ in 2005, hing tussen al het vroegere, grotendeels donkergekleurde werk uit zijn jeugd, één recent schilderij met als titel: ‘Voorjaarsland-schap met kalveren’ uit 2004. Het hing daar te stralen met al zijn overweldigende blauwe en groene kleuren. De indrukwekkende ontwikkeling die Rinny Reulink heeft doorgemaakt werd opeens zichtbaar.
Een colorist in hart en nieren op zoek naar het licht en de kern van de dingen. Geen concessies doen, niet willen behagen. Je hart volgen was zijn devies. Hij leefde voor zijn kunst.

Opgemaakt aan de hand van artikelen en recensies.
Anneke Molhoek en Anne Gabriëlle Reulink
22 februari 2012

 

Galerie Peter Leen  homepage                                                                                                                                                              archief kunstenaars