Galerie Peter Leen   homepage                                                                                                                                                                                                                                                                                   

 

column juni 2017

Zoete schoonheid
 
Geparkeerd op de galerievloer stond daar Frieda. Ze moest wijken voor Maria. Baas boven baas!
Frieda zou zondag, de volgende dag, worden opgehaald door haar createur. Echter die was te druk met ‘dingen’ in de auto dat hij pardoes de afslag Breukelen voorbijreed. Andere keer dan maar, sms-te de kunstenaar.
Daar stond Frieda dan, al een zwaar leven achter de rug en dan nu onheilig leunend tegen de galerietafel aan te wachten. Wachten op wat?
Druk druk druk was het baasje van de galerie en het restaurant. Zo druk dat hij geen oog meer had voor arme Frieda.
Uitgeput zat hij vervolgens thuis bij te komen van een hele drukke week. Donderdag met frisse tegenzin weer naar de zaak. Twee vrije dagen was er net één te weinig. Maar niet gezeurd, het is tenslotte heel fijn dat het zo druk is, zowel in het restaurant als in de galerie.
Donderdag had Maria reeds een nieuwe eigenaar. Tja ze hing daar ook op een hele mooie plek, het plekje van Frieda. Maar in plaats van Frieda te eren en haar weer in de schijnwerpers te doen schitteren negeerde het drukke baasje haar. Wederom; arme Frieda.
Nog een dag en een nacht staand op de vloer. Gelukkig was het buiten warm zodat zij van geen kou te duchten had.
De volgende dag breekt aan, het is vrijdag. Gasten op het terras, tja wat wil je met dat mooie weer! Nog meer gasten en dus weer geen aandacht voor Frieda. De klok tikt verder, de gasten nemen afscheid van het terras, buiken gelukzalig gevuld met Thaise specerijen. Baasje heeft even tijd om in z’n kantoor achter de pc te kruipen. Nog zoveel te doen.
Richting kantoor passeert hij Frieda en daar denkt hij: “dit kan niet, dit schilderij op de grond, het moet naar boven, de opslag in”. Want omruilen voor Maria, die inmiddels verkocht is maar er nog wel hangt, dat was geen optie. Eerst nog even genieten van de aanblik van Maria Callas. Een prachtig kunstwerk van kunstenaar Harold Aspers. En natuurlijk pronken met die rode sticker, die aangeeft; VERKOCHT, u bent te laat!
Maar het baasje loopt door en wederom blijft Frieda alleen achter. De wreedheid van de galeriehouder gelaten ondergaand. Ze blijft, ondanks al haar ellende, stralen. Sterker nog, ze wordt stralender. Dat was en is haar kracht. Op eigen houtje heeft Frieda die dag Patrick ingepakt zonder dat het baasje erbij was. Die zat op z’n terras met een glas rosé onder handbereik. Hij was ook aan het werk, want inmiddels waren bevriende kunstenaars uit de Purmer en uit het hoge Noorden gearriveerd en die moesten natuurlijk gelaafd en gekoesterd worden. En het baasje had toevallig ook een glaasje voor zichzelf ingeschonken. Want het is goed rusten na drukke werkzaamheden. En zeg nou zelf, het is toch een heerlijk plekje op het terras aan de Vecht.
Dus het baasje was weer lekker druk, goed bezig.
Patrick verschijnt ten tonele. Renée en Patrick hebben zojuist gegeten, gedronken en een rondje door de galerie gedaan.
“Peter, kan ik je even spreken?”
Het rosémannetje staat op en praat met Patrick.
Frieda heeft wraak genomen. Ze behoort nu toe aan anderen, aan mensen die haar met liefde omringen. Het baasje is overdonderd, schaamt zich een beetje, voelt zich wat schuldig richting Frieda. Zijn bijdrage haar een goed tehuis te gunnen was op het einde marginaal.
De rosé is droog, de wraak van Frieda zoet!

 

     Peter Leen, 25 juni 2017  

 

column mei 2017

Lekker dan!

Topzomer in Holland en het is pas mei. Als dit een voorbode is dan hebben we nog aardig wat te doen! Maar laat maar lekker gaan tot halverwege oktober, zou ik zo zeggen. Hemelvaartsdag, donderdag 25 mei, wat een mooie dag! Nou we hebben het geweten op het terras: van twaalf tot twaalf, volle bak! Dat was weer even wennen, alles in een andere versnelling, dubbele afstanden afleggen van het terras naar de keuken en vice versa. Wat waren we blij toen de versterking kwam om 16:00 uur. Wel weer heel gezellig op het terras. ’s Avonds bij het tellen der gelden, bleken we een topomzet te hebben!
De volgende dag was het warmer en iets meer wind, weer zo’n prachtige zomerse dag én ’s avonds weer blije gezichten bij het opmaken van de kas. Zaterdag ging het record van donderdag aan gruzelementen en zondag benaderden we het record van donderdag. Wat een weekend! Hartstikke fijn gewerkt, maar wat ben je dan moe!
Voeten die snakken naar een rustdag.

Zaterdagochtend, ik zit op de bank, het is net halfelf en kijk naar de herhaling van het nieuws van gisteren. Koffie en drie crackers met kaas, ik had net de tweede met zeer veel smaak op. Heerlijk even anderhalf uur relaxen voordat de heksenketel weer losbarst.
Ik had zojuist m’n broek aangetrokken en ben halverwege een sok wanneer m’n telefoon afgaat. Het is de interieurverzorgster van SameSame. Met tegenzin pak ik de telefoon op en luister. “Peter, er zijn mensen in de galerie en die zijn zeer geïnteresseerd in een kunstwerk.”
Voordat ik kan antwoorden dat ik pas om twaalf uur in de galerie ben word ik overruled met de mededeling dat deze mensen op weg naar huis zijn en niet meer terugkomen. “Oh… oh”, denk ik, “dan moet ik maar even gaan”. “Ik ben er over vijf minuten” en leg de telefoon neer.
In de galerie tref ik een man en vrouw die bewonderend stilstaan bij een schilderij van Harold Aspers. Ik herken hun blik, die manier van kijken, ze hadden het al gekocht… Ik schud ze de hand en vertel het één en ander over het schilderij en de kunstenaar. Nog wat technische dingetjes beantwoord en zij vertelden me toen dat ze afgelopen vrijdag heerlijk bij ons op het terras hadden gedineerd en toen in de galerie het schilderij gezien hadden.
Ze logeren bij Van der Valk en verkennen op de fiets de streek. Ze komen uit België en waren nu weer op weg naar huis. Toch nog even naar het schilderij kijken, welke ze vrijdag dus ten eerste male gezien hadden en hen blijkbaar niet meer heeft losgelaten. Ja, zo gaat dat dan!
Schilderij ingepakt, fietsen opzij en het nieuwverworven kunstwerk voorzichtig ernaast. De mensen uitgezwaaid, aardig mensen. Tegen de koks gezegd dat ik nog even naar huis ging, het was net halftwaalf, kan ik nog net even een klein half uurtje relaxen. Thuis kom ik binnen in, uiteraard, een jubelstemming en ja hóór… lekker dan: Teem lang uit op de bank én m’n cracker weg!

 

      Peter Leen, 31 mei 2017

 

column april 2017

40 jaar later

 

De catalogus was weer dik, net als elke keer. Heel veel moois, vele wensen. Maar er was er één die de allermooiste was… een prachtige aquarel van een kunstenaar uit de vorige eeuw. Een strandtafereel, nee niet eentje met een ezeltje maar met mensen, dingen doend op het strand bij Scheveningen. Een plaatje! Herkomst weet ik niet meer maar wel de richtprijs; tussen de 8.000 en 12.000 gulden. Nu had ik wel wat gespaard, kinderen waren er nog niet, ik verdiende best, maar het was uiteindelijk wel een serieus bedrag…
Thuis niks gezegd natuurlijk, overleg was uitgesloten, ik had mijn zinnen erop gezet en daar ging ik voor. 8.000 was te doen, 12.000 was de limiet en dan maar ruzie in huis, dat was na een klein weekje wel weer voorbij en ik dan had m’n wens vervuld: een origineel werk van Isaac Israëls.
Die aquarel werd uiteindelijk geveild voor 19.000 euro, toen onbereikbaar dus!
Nou dat ‘toen’ is altijd zo gebleven want met het verstrijken van de tijd stegen ook de prijzen voor schilderijen van onze grootste Nederlandse impressionist. Een soort van utopie.
Vanaf dat ik veertien, vijftien jaar was ging ik al mee naar de Amsterdamse veilinghuizen, De Zon, De Zwaan en De Eland. Machtig interessant en reuze spannend. Toen al was ik verliefd op het werk van Israëls en verbaasde me soms over de veel te lage prijzen waarvoor het geveild werd. Er moeten in die tijd toch verschillende mensen hun slag geslagen hebben. Ik was jong en aan geld chronisch gebrek. Maar toen al kocht ik bij De Eland een complete gebonden serie eerste drukken van Alex Dumas, o.a. ‘de Graaf de Monte-Cristo’.
Op Schiphol werkend als kelner in het ‘first- en businessclass’ restaurant 'Relais de l'Europe' bezocht ik zeer frequent de veilingen ‘Moderne- en Hedendaagse Kunst’ bij Christie’s en Sotheby’s. Eerst naar de kijkdagen in het weekend en vervolgens de hele dinsdag én woensdag tijdens de veiling. Daar heb ik ontiegelijk veel geleerd, namen en stijlen van kunstenaars, weten wie de kopers zijn, welke handelaren en de opbrengsten. Die laatsten soms tot grote frustratie want de bomen groeiden de hemel in dus ook de prijzen. Goed opletten was het devies en zodoende kon ik af en toe toch een slagje slaan. Echter geen Isaac Israëls, bij lange na niet!
Ooit had ik de intentie om een ‘belangrijke’ verzameling aan te leggen; de ‘Peter Leen Collectie’. Van dat idee ben ik al een tijdje geleden afgestapt. Een serieuze collectie lukt alleen maar met serieuze hoeveelheden geld. Natuurlijk, je kan altijd een keer mazzel hebben, maar dat overkomt je slechts een paar keer. Nee hoor, je moet vooral genieten van de kunst die je hebt en uitsluitend kopen wat je mooi vindt, uiteraard passend bij het budget wat je te besteden hebt. En zelfs dat laatste wisselt voor gewone stervelingen van tijd tot tijd.
Sinds ik regelmatig in Thailand verkeer en daar de cultuur beter leer kennen en begrijpen is er bij mij gaandeweg het besef sterk ontwikkeld dat je vooral moet genieten van de dingen die je hebt, de mensen om je heen, hen die je liefhebt en het leven met volle teugen tot je nemen (dat laatste kan je ook weer op meerdere manieren interpreteren, maar ik bedoel het figuurlijk genomen). En bezit is uiteindelijk maar betrekkelijk. Er is overigens niks mis mee met mooie dingen om je heen te willen hebben.


Voor mij als galeriehouder is het uiteraard zaak om me te blijven oriënteren en weten wat er buiten mijn winkel speelt. Via het internet lukt dat aardig en het is natuurlijk gemakkelijk vanachter je pc. Speuren op EBay, Marktplaats, Catawiki en andere internationale digitale veilingen is daarbij ook heel leuk en ontspannend. Wel zeer tijdrovend, dus dat gebeurt in mijn geval veelal ’s nachts.
Onlangs een paar mooie privé aankopen gedaan via het net, op tweede Paasdag bijvoorbeeld rond ‘brunchtijd’, heb ik nog een prachtig Perzisch kleed gekocht voor een koopje!

Gisteren echter werd het rond 20:00 uur spannend. Ons restaurant zat ondanks de meivakantie nagenoeg vol maar ik moest achter de computer. Er zou een prachtige aquarel geveild worden die ik wel heel mooi vond. Er hadden zich enkele dagen geleden al enkele geïnteresseerden gemeld en door hen was het openingsbod reeds gezet. Ik had er verder weinig fiducie in dat het rond die prijs blijven zou. Veel te laag!
Er restte nog vijf minuten voordat de veiling sluiten zou. Het hoogste bod is nog steeds onveranderd. Ik kijk naar het aftellen en verwacht elk moment het bieden en overbieden maar er gebeurt niets…. Ik reken snel en stel, nog steeds zonder enig vertrouwen, voor mij een limiet vast (deze is na overbieding ook weer ‘gewoon’ aan te passen). Drie minuten nog en ik wacht af met m’n vinger op de knoppen. Paul, een vaste gast, is naast me komen staan en kijkt met me mee. Ik had hem eerder al verteld wat ik ging doen. Nog 90 seconden te gaan. Sjaak, een andere vaste gast van het restaurant, heeft inmiddels achter de vleugel plaats genomen en speelt er hartstochtelijk op los. Nog één minuut, ik heb nog geen bod uitgebracht, het staat stil... 45 seconden voor het einde van de veiling en ik druk. Mijn bieding komt tevoorschijn, groen gekleurd wat zegt dat mijn bod tot nu toe het hoogste is.
M’n hart bonkt adrenaline, Paul naast me houdt z’n adem in, ik kan het nog niet geloven, waar blijft de tegenbieding? 10, 9, 8…. en weer flitst het groen, nu met GEFELICITEERD. Het is mijn bieding!

Over twee dagen ben ik jarig. Paul feliciteert me, ook de pianist. We gaan weer aan de stamtafel zitten, Teem kijkt argwanend naar me, ik neem een flinke teug uit m’n glas.
Het is 40 jaar later en ik heb zojuist een kunstwerk van Isaac Israëls gekocht!

 

     Peter Leen, 23 april 2017

 

column februari 2012

Couzijn of couzwijn?

 

Gisteren de uitzending gezien van Pauw & Witteman.
Onwaarschijnlijk belachelijk heeft dhr. Couzijn Simon zich gemaakt. De bewering dat hij, in de tijd dat Anton Heyboer in Haarlem woonde, 4500 werken van deze kunstenaar heeft gekocht van een 'particulier verzamelaar', is zachtjes uitgedrukt, zeer dubieus.
In een tijdsbestek van 7 jaar zijn dat ruim 600 werken per jaar! Elke week meer dan twaalf schilderijen, tekeningen of etsen! Op de vraag van Paul Witteman of dat niet heel erg veel is, antwoorde Couzijn Simon: “Welnee!! In het Ajax stadion gaat wel 40.000 man in”. 
??? Waar mis ik deze vergelijking? Wellicht de fascinatie voor 40.000 man! Maar dan nog…

Mijn eerste kunstwerk kocht ik in 1985 in De Ilp bij Lotte, één van de vrouwen van Anton Heyboer. Ik kwam er daarna eens in de twee/drie maanden. Geweldige sfeer, de verse etsen hingen toen te drogen aan waslijnen gespannen dwars door drie afgedankte autobussen van Centraal Nederland. 100 gulden voor een gewone afmeting, 250 voor een grote ets.
Op de achterzijde stonden twee prijzen: fl.100,- en fl. 300,-. De eerste voor de particulier verzamelaar en de tweede (300,-) voor de kunsthandelaar. Geweldig!

Sinds het overlijden van Anton Heyboer ligt Couzijn Simon overhoop met de vrouwen Heyboer. De reden van hun trammelant weten ze zelf uiteraard het beste. Ergens in het midden zullen beide partijen wel gelijk hebben. Het zal wel om geld gaan en dat is nou net waar Heyboer zich verre van hield, tenminste voor de buitenwereld.

Het is helaas waar dat er veel namaak werk van Heyboer in omloop is. Met name van het meest jonge werk: de kippen, danseressen en de terrastafeltjes lijken er veel van nagemaakt te zijn. Net als de werken van Brood, Corneille, Dali en Appel.
Helaas heb ook ik een valse Heyboer in mijn bezit. Gekocht van een handige handelaar die zich uitgaf als een naïeve particulier. Uiteindelijk bleek ik te gretig én naïef geweest te zijn.
Prachtig ingelijst hangt het minkukel aan de wand van mijn galerie. Wel met een kaartje 'VALSE HEYBOER' erbij, naast de echte en originele etsen die ik in de galerie te koop heb.

Het gesteggel tussen de verschillende partijen, die allemaal menen de enige echte Heyboers te verkopen, leidt er toe dat de naam Heyboer besmet lijkt te raken. Doodzonde, voor één van de meest markante en oprechte kunstenaars die wij hebben gehad in de tweede helft van de vorige eeuw. Heel jammer!


     Peter Leen, 15 februari 2012


column september 2011

Nieuwsgierig

 

We staan in de lift en Teem, mijn vriendin, staat de post te sorteren die ze zojuist uit de brievenbus heeft gehaald.
“Wat is dit?” vraagt ze even later. En dat is nou precies waarom ik mijn brievenbus zoveel mogelijk mijd; een brief aan mij gericht met op de envelop het logo van de politie. Niet te missen zo groot overigens!
“Geen idee”, antwoord ik.
“Mag ik kijken?”  en open was de envelop al.
Nieuwsgierigheid troef bij mijn dame. Dat moet echt iets te maken hebben met die y- en x- chromosomen, dat kan toch bijna niet anders.
Teem leest aandachtig de brief. Toch moet ik er zachtjes om lachen en het vervult me ook wel een beetje met trots, ze woont tenslotte pas anderhalf jaar in Nederland. Zo kort pas, haar Nederlands gaat snel vooruit, en nu al een officiële brief willen lezen.
Maar van de wezenlijke inhoud van de brief begrijpt ze weinig behalve dan dat het een brief van de politie is én dus weinig goeds te melden kan hebben.
Ik heb helemaal geen zin om die brief te lezen maar ik kan er nu niet onderuit. Met gepaste tegenzin lees ik hem wanneer we binnen in huis zijn.

Een brief van de politie Amsterdam-Amstelland. In Breukelen vallen wij echter onder het district Vecht- en Plassengebied.
De afzender, getekend en wel door Commissaris van Politie, chef district 3 (Oost), Ad Smit.
“Het is mij een genoegen u uit te nodigen….”
Nou is dat niet bepaald de aanhef van een oproep van onze rechtsdienaars om voor verhoor ter burelen te verschijnen.
Nee, dit is een uitnodiging om de feestelijke bijeenkomst bij te wonen ter gelegenheid van de onthulling van schilderijen, geschilderd door Pieter Adriaans.
Pieter is een vriend van me die deze prachtige opdracht een klein jaartje geleden heeft gekregen om voor het nieuwe politiebureau in Amsterdam-Zuidoost een tweetal enorme schilderijen te maken. Vandaar ook voor mij persoonlijk een uitnodiging van hogerhand. Hoofdcommissaris Welten is ook van de partij. Natuurlijk laat ik deze happening niet aan mijn neus voorbij gaan. Ik ga, samen met Teem.
Maar… zouden ze ook een wijntje schenken?


     Peter Leen, 16 september 2011.

 

column 1 september 2011

Eef

Vandaag zit ik met een groot verwijt in mijn maag.
Eef is er niet meer. Vanmiddag opende ik de bekende envelop waarin de rouwkaart.
Overleden onze lieve moeder, oma en vriendin in haar slaap op 87 jarige leeftijd.
Geen ziekbed, geen pijn, nee gewoon omdat haar tijd gekomen was.
Een mooi artistiek leven, eerst als partner met haar man, later als trouwe weduwe.
Een prachtige vrouw met een geweldige levenslust. In staat om van niks iets moois te maken. Een artistiek mens.

“Het is de kick iets moois te maken en om het daarna te verkopen aan mensen die het mooi vinden.”
Dat was haar drijfveer om te blijven creëren.

Haar eerste tentoonstelling was in 1971 samen met Karel Appel en Tajiri.

Wereldwijd zijn haar sierraden verkocht, gemaakt van onder andere peulvruchten. Samen met haar man kochten ze complete oogsten op om vervolgens de peulen te wassen, te prepareren en te vermaken tot schitterende halssieraden.
Een delegatie uit de V.S. brachten een bezoek aan haar atelier en werden ontvangen in een doorsnee huis-, tuin- en keukenflat. Van hun stuk en compleet verbaasd dat hun sieraden een product waren uit een oer Hollandse keuken.

Ze kwam in de galerie en bezocht me op beurzen, altijd met een warme lach, altijd positief over de kunstenaars die ik presenteerde. Toen ze mij niet meer bezocht en ik elke keer naar haar toe ging in Weesp verontschuldigde ze zichzelf daar over. Ik had niet, totaal niet in de gaten dat ze inmiddels gehinderd werd door de ongemakken van het ouder worden. Met andere woorden; zij was oud en ik niet.
En nooit zeuren maar altijd willen weten hoe het met mij ging, met m’n scheiding, met de kinderen, m’n galerie en de nieuwe liefde in mijn leven. Ze was altijd blij voor me wanneer het goed ging. Kortom een lieverd.

Ze restaureerde met gepaste tegenzin het abstracte beeld wat ik van haar heb. Van de tuintafel ‘gevallen’ en behoorlijk beschadigd. Ach, het zag er zo vreselijk zielig uit…
Na de restauratie, volgens mij de laatste keer dat ze met een beeld bezig is geweest (het werk was te zwaar voor haar geworden), was het sculptuur terug in volle glorie. Toen ik het beeld kwam ophalen zei ze; “Neem de volgende keer een grote bos bloemen voor me mee, want de restauratie is niet te betalen!”
Het beeld staat nu binnen.

Het spookte al een tijd door m’n hoofd en pas zei ik het nog tegen mijn vriendin: “We moeten binnenkort naar Eef.”
Altijd weer dat verdomde uitstellen van de dingen die er wel toe doen! Nu kan het niet meer. En dat spijt me heel erg. Ondanks het verschil in leeftijd was Eef een beetje een vriendin. En ik baal er van dat ik het laatste bezoek gemist heb.
Een beeld van Eef geef ik een vaste plek in de galerie.
Lieve Eef, ik zal je nooit vergeten.

Eef Krikke, 1924 - 2011



     Peter Leen,
1 september 2011

 

column juli 2011

Grandeur de Paris

 “Waar ter wereld ik ook kwam, nergens trof ik zo’n bende, als in ’t oude Amsterdam”.
Dat zong Tol Hanze in de jaren zeventig.
Nou, ik heb een nieuwe.
“Parijs, stad van grootse grandeur en penetrante urinegeur”.

Elk jaar breng ik een bezoek aan de bevriende kunstenaar Frans Schuursma, wonend in Parijs, op zijn schip. Liggend op een prachtige idyllische plek in de Seine, met uitzicht op de Tour d ’Eiffel. Hoe krijg je het voor elkaar?! Hoe romantischer kun je nog wonen?

Zijn schip ligt aan de kade van de immens drukke Avenue de New York. Wil je deze oversteken maak je gebruik van de passagetunnel onder de weg door. Over de weg is een soort zelfmoord, voorbij racende Mercedessen en BMW’s doen wedstrijdjes ‘wie het eerste bij het volgende stoplicht is’: Place d’Alma, een druk circuit in hartje Parijs.
Maar ook die tunnel kent zijn bezwaren. Geen pretje is zacht uitgedrukt; pies, poep, kak, urine enzovoort. De lucht van urine slaat gewoon op je luchtwegen. Het is dat het nu nog niet zo warm was…

Wanneer je vanuit de tunnel de straat in loopt, aan het eind de trappen op en dan rechts aan houdt dan kom je bij Palais de Tokyo waarin het Musée d’Art Moderne. Een museum met een prachtige collectie Franse impressionisten. Matisse, Bonnard, Léger, Vuillard, Picasso, noem maar op! Verschillende werken van Modigliani, ook niet de eerste de beste. En overal sta je met je neus bovenop! Toegang tot de vaste collectie is gratis, alleen voor de speciale tentoonstellingen moet betaald worden.
Ook hier wordt elk jaar weer even een bezoek gebracht. Lekker kunst snuiven.
Het gebouw waarin het museum zich bevindt is een paleis, gebouwd in 1937. Een typisch grotesk Parijs gebouw. Met buiten een terras waar gegeten en gedronken kan worden. Ach, er zijn mindere plekken om je lunch te gebruiken.
Daar weer beneden een plein waar ooit een fontein voor romantisch vertier heeft gezorgd. Echter het water heeft plaats gemaakt voor afval en stukken hout, waarschijnlijk gebruikt voor de acrobatische toeren van groepen skaters. De stenen beelden zijn inmiddels voorzien van snorren, door viltstiften aangebracht, de muren onder gekalkt met graffiti. Van de skaters overigens geen spoor meer te bekennen. Met alle grote waarschijnlijkheid gevlucht! Hun plek is ingenomen door vele buitenaardse wezens die de stad bevolken en die hier schuilen voor de politie vanwege ongeldige verblijfsdocumenten. Ook hier worden ‘maaltijden’ gezamenlijk genuttigd en, wat daar volgens de natuurlijke gang op volgt, hun behoeftes gedaan. Niet op daarvoor geplaatste toiletten of zo, nee gewoon tegen de muur. Hopen menselijk stront vullen daar nu de trappen en het plein. Een stank van heb ik jou daar. Een afgrijselijk gezicht!

Een Amerikaanse toerist zat daar tot mijn opperste verbijstering op die trappen doodleuk te telefoneren. Telefoon aan haar oor, in de andere hand een sigaret. Dat was tevens het antwoord op de vraag. Ze rookt, dus zij ruikt het niet.

Waarom een stad als Parijs dit toelaat? Grandeur overwelmd door urinegeur.

Très jammèr!

Peter Leen

Parijs, 24 juli 2011

 

column juni 2011

'Vaderdag'

Geen tekening, geen nieuwe sokken met print. Geen onaangekondigd bezoek, het is toch slechts twintig minuten rijden naar de galerie. Ze hebben hun rijbewijs, toch?
Wanneer je kinderen klein zijn en naar de basisschool gaan word je jaarlijks verrast met een zelfgemaakte stropdas of een tegeltje beschilderd “Voor de allerliefste papa”. Ik heb ze nog, bewaard in een doos of nog steeds prijkend aan de muur van mijn mini-galerie. De sokken komen pas later, gekocht van hun zakgeld of van wat moeders ze meegegeven heeft.
Vaderdag, Moederdag, Valentijnsdag of verzin het maar, ook ik heb het altijd maar onzin gevonden. Een uitvinding welke al een paar decennia door de commercie sluw wordt uitgebuit. En toch, naar mate je ouders ouder worden, kom je er op terug. Dat wil zeggen; je bezoekt ze op die dag juist wel. Doe je het niet dan knaagt er iets aan je, ’s avonds wanneer je in bed ligt. Je geweten speelt dan geweldig op…
“had je nou niet even naar je moe of je pa kunnen gaan, al was het maar een uurtje”.

Vandaag waren we met z’n allen op bezoek bij m’n moeder. Haar verjaardag, toevallig viel het samen met deze Vaderdag. Nota bene vraagt ze of we straks nog naar Wout (zo heet m’n vader) gaan. Dat zat niet in de planning. Hij is op dit moment op vakantie met zijn caravan ergens in het zuiden van Limburg, te verregenen. Ik heb ‘m gebeld.
Bij het weggaan, de galerie moest om 13:00 uur open, zeg ik tegen m’n moeder;
“Nou ma, nog een fijne Vaderdag”.
Het is waarschijnlijk dat ik nu zelf ouder word en het feit dat ik mijn kids niet elke dag zie maar ik moet er de gehele dag aan denken…
Zondag 19 juni, het is 23:31 uur en ik heb me erbij neergelegd. Geen tekening, geen nieuwe sokken met print. Alle drie hebben ze zo’n telefoon waar ze de godganse dag op spelen, chatten of what ever, maar ik ga zo naar bed. Met m’n wijf!

 

Peter Leen,

Breukelen, 19 juni 2011

 

column 2 juni 2011

'Kunst van vandaag'

Gisteren moest ik, gehuld in een warme trui terwijl de thermometer 25 graden aangaf, mezelf vermannend even vlug een boodschap doen. Een pak melk, brood, kipfilet, wasmiddel voor de bonte was en een Hollandse komkommer. Ondanks mijn grieperige gestel maakt die hysterie mij niet bang. Zoals je ziet, gewone dagelijkse boodschappen bij de AH. Maar… waarom was het zo druk? Niet alleen in de gangpaden maar ook bij de kassa. Dat heb je meestal bij kassa’s maar dat hebben ze in de regel wel goed onder controle bij deze vestiging van onze Calvinistische superboer. Het is ook niet voor niks één van de AH-pilots in het land. En eerlijk is eerlijk, ik doe mijn dagelijkse boodschappen over het algemeen hier.
Karren volgeladen dus bij de kassa. Heb ik zojuist dan een extra nieuwsuitzending gemist? Tsunami waarschuwing? Of komen de Russen dan toch nog? Wat is er in Godsnaam aan de hand? … Ah, dat is ‘m! Hemelvaartsdag.
Oké, deze winkel is dan dicht. En wat dan nog? Vrijdag kun je er gewoon weer terecht. Vers brood, vers dit, vers dat… Maar nee hoor, wij Hollanders vertonen een collectief hamstergedrag van heb ik jou daar. En waarom? Er is immers geen commercie uit Plastic America naar het vaste land van Europa overgewaaid die ons verteld wat wij op deze dag vooral doen moeten. Geen Hollywood-Hemelvaart B-films die gezien moeten worden. Volgens mij gaat het zelfs aan de Amerikaanse natie compleet voorbij. Ook op straat zie ik geen als mens verklede hazen, geen mannen met buiken in het rood met AH watten aan hun kin geplakt.
Prima hoor, want dat voegt namelijk helemaal niets toe aan deze dag. Ik vraag me alleen af of er zelfs maar 10% van de Nederlandse bevolking nog weet wat we überhaupt op deze dag gedenken. Dat het een Christelijke feestdag is zullen de meeste wel kunnen bedenken, zover zal het wel komen, maar ik ben bang dat het daar dan ook bij blijven zal.
Wellicht dat er volgend jaar enkele mensen zich zullen herinneren dat dit de dag was dat Willem Duys ging hemelen. Maar Jezus, om daar helemaal een dag aan te wijden dat gaat te ver.
De kunst van vandaag lijkt me het vermijden in een file terecht te komen. Niet met z’n allen naar een auto-occasion show en ook niet massaal naar een ‘outdoor center’. Je weet wel; dat wat wij vroeger een tuincentrum noemden.
Ik probeer zo meteen, nog steeds gehuld in trui, ons balkon. Even lekker genieten van het uitzicht, kopje koffie erbij, plakje cake. Wij wonen in Breukelen aan de Vecht ook aan het water: langs het Amsterdams Rijnkanaal. Genietend van het mooie weer en bedenken dat dit ook een blije dag is.

 

Peter Leen,

Breukelen, 2 juni 2011

 

column februari 2011

“Aan jou…mijn geliefde Valentijn”

  

"Aan jou, Valentijn, schrijf ik deze kaart.

Een lieve kaart voor dit moment. Om je te vertellen dat je een speciaal plekje hebt in mijn hart.

Je bent nooit uit mijn gedachten, altijd dwaal je rond in mijn ziel. Je bent mijn zielsverwant, mijn soulmate.

Dat wij elkaar nog niet zijn tegen gekomen maakt mij alleen maar sterker in het geloof dat jij bestaat.

Je bent niet makkelijk te vinden. Dat kan ook niet, je bent namelijk uniek. Net als ik, net als ieder ander mens

en op elk potje past een dekseltje, dus kijk ik naar je uit, verlang ik in mijn diepste dromen naar jouw huid,

jouw geur, jouw aanraking, de samensmelting van onze zielen.

Ik zal je herkennen waar je ook woont, welke kleur je ook draagt. Onze taal zal immers dezelfde zijn…"

 

Peter Leen

Breukelen, 14 februari  2011

 

column december 2009

Ome Chris

 

Vanmorgen hoorde ik de pling vanuit mijn pc ten teken van een inkomende e-mail.

Een bericht van Annie. Niks geen koosnaampje voor een vriendin, nee Annie heet zo.

Annie is een klant van mijn galerie. Ik had haar enkele dagen geleden nog een mail gestuurd om haar te wijzen op de huidige expositie die ten einde liep.

Van desbetreffende kunstenaar heeft Annie thuis twee werken hangen en ze was nog niet geweest.

De strekking van de inkomende mail was totaal anders dan dat ik verwachtte.

Bekendmaking van de oprichting van Stichting Ome Chris.

Hè, dacht ik, is zij de dochter van Ome Chris? Nooit geweten.

Ome Chris (OC) heb ik leren kennen in de antiekwinkel van mijn moeder, toen aan de Loswal in Breukelen.

OC, een gezellige ouwe baas, lopend op houten klompen, begaan met de minder bedeelden in deze wereld.

Hij woonde in dezelfde straat, een mix van Malle Pietje en Majoor Bosshardt. Vandaar dat hij en mijn moeder het zo goed met elkaar konden vinden.

OC bleek een lokale beroemdheid te zijn wiens reputatie over ’s landsgrenzen heen reikte. Hij trok zich het lot aan van de minderbedeelden in onze wereld en was een weldoener voor lichamelijk en geestelijk gehandicapte kinderen in tehuizen. Hij organiseerde markten en inzamelingen waarvan de baten direct naar het desbetreffende tehuis ging. Hij hield niets voor zichzelf, een alternatieve Sinterklaas zou je kunnen zeggen.

Op een dag, ik was bezig in de galerie komt ie binnen en wilt me een aluminium ladder verkopen. Ik vermoed dat hij ergens een partij op de kop getikt had en wilde deze voor één van zijn doelen te gelde maken. Ik wist echter echt niet waar ik die ladder moest opbergen, driedelig met een uitgeschoven lengte van rond de vier meter. Wel goedkoop, dat wel!

In mijn galerie heb ik in 1996 een verkoop georganiseerd voor Ome Chris. Een litho van Jopie Huisman werd volgens de hoogste inschrijving verkocht. Arthur uit Amstelveen heeft het kunstwerk uiteindelijk gekocht. Ome Chris heb ik rond vijf uur van de markt geplukt om het geld te overhandigen en om dat moment vast te leggen op de foto voor in de VAR.

In 1997 is Ome Chris overleden, van de één op de andere dag was hij uit het straatbeeld verdwenen. De Herenstraat was niet meer wat het was. OC was geen zonderling, geen gek mannetje dat in zijn eigen wereldje leefde. Nee OC was iemand van daden en niet van grote woorden, onbaatzuchtig. Hij was een held. En zoals het een held toekomt, is er nu een stichting in het leven geroepen die op andere modernere wijze zijn werk voortzet, een stichting die zijn naam draagt.

Waar de stichting voor staat en wat zij doen kunt u lezen op de site van Stichting Ome Chris.

Nu nog een bronzen standbeeld op de Brink!

 

 

Peter Leen

Breukelen, 23 december  2009

 

column september 2009

'Gooise Vrouwen'

 

Zondagmiddag, half september en het is nog steeds prachtig weer. Dus Nederland trekt er massaal op uit om op deze laatste zomerdag nog ergens de zon binnen te halen. Alsof het morgen allemaal niet meer kan. Maar ja, het is nu eenmaal zo dat als ik werk de meeste mensen vrij zijn én dat wanneer men met z’n allen in de file staat op weg naar (weet Joost het?) ik m’n vrije dag heb.

Er komt een jongen binnen, een jaar of dertien. Hij ziet mij niet, ik zit aan m’n bureau verscholen achter mijn pc te werken. Ik zie hem wel. Hij loopt regelrecht op een schilderij af waarop een wat mysterieuze dame staat afgebeeld met, en daar was het om te doen, een prachtig ontblote boezem. Een schilderij van Shany van den Berg. Ik schiet in de lach en de jongen zich bewust betrapt te zijn lacht gelukkig met me mee.

Vlak achter hem aan komen zijn moeder, een iets oudere zus, opa en iets later is daar ook de vader, nadat hij eerst voorbij gelopen was. Ook moeder lacht nadat zij ziet waar de eerste interesse van haar zoon naar uit ging.

Er wordt gekeken en met elkaar gepraat en ieder vindt het zijne. Er wordt gezamenlijk gekeken naar een groot schilderij van Bernard de Wolff en getracht het te ontleden.

Ik besluit te helpen en kom achter mijn bureau vandaan. Ik vertel het één en ander over de voorstelling en de manier van schilderen van de kunstenaar. Dat het haast niet te begrijpen is hoe zo een schilderij ontstaan kan. Wanneer je jezelf verplaatst in de kunstenaar en op de plaats zou gaan staan waar hij gestaan zou hebben terwijl hij staat te schilderen begrijp je werkelijk niet hoe de schilder gezien moet hebben waar en wat hij moest schilderen.

Ik ben nog niet klaar met bovenstaand college of de grootvader begint een verhaal over Anton Heyboer. Daar komt weer het bekende en bijna afgezaagde betoog over hoe het toch mogelijk is dat deze man, getrouwd met acht vrouwen, serieus genomen wordt. Opa kon natuurlijk niet weten van mijn voorliefde van juist die kunstenaar die hij zojuist aan het afbranden was. Maar als goed gastheer laat je de mensen hun verhaal doen en tegenwoordig knik ik dan maar wat mee. Totdat de vader van de clan ook een paar duiten in het zakje deed en ook iets vertelde over zeventiende eeuwse schilders die toch wel echt schilderen konden. Over een schilderij met druiven en een wesp die je zo goed kon zien zitten op één van die vruchten dat het haast wel echt leek te zijn. En dan stink ik er toch weer in hè, dan ga ik mijn held verdedigen. Leg ik uit dat het werk van Heyboer over de hele wereld door vele musea is aangekocht en dat hij kon etsen á la Rembrandt zo mooi. Tevergeefs echter!

Ze komen uit Limburg, ergens tussen Nijmegen en Venlo. Volgens mij zit daar een aardige ruimte tussen, maar ik begrijp de richting.

Het zijn aardige mensen overigens.

Eerst een bezoek aan Breukelen, kijken of de gaarkeuken er nog staat. Daar had opa 44 jaar geleden voedsel genoten. Hij vertelde nog iets over een lepel en maakte daar ook de bewegingen bij maar het één en ander ontging mij ook omdat het Limburgs niet mijn sterkste kant is. Vervolgens zouden ze naar Oud Aa, net buiten Breukelen, daar zouden ook nog wat sporen uit de tijd van opa te vinden zijn.

De moeder vraagt aan mij of ‘t Gooi hier dicht in de buurt is. Ik bevestig dit en vertel hun dat ze dan, mits in bezit van navigatie, het beste over Loosdrecht kunnen rijden. Het is prachtig weer dus valt er onderweg veel te zien. En daarna gaan ze naar Utrecht om ergens te eten. Waarop ik hun de tip geef, deze mensen komen bijna nooit boven de rivieren heb ik sterk het vermoeden, om naar Olivier te gaan, een tot grand café omgetoverde kerk, midden in het centrum. Spectaculair, vind ik.

Wellicht teveel van het goede bedenk ik me later.

Maar eerst gaan we naar ‘Het Gooi’. Een achttal ogen beginnen wat samenzweerderig te stralen, opa was met zijn gedachten nog in de gaarkeuken.

Mijn vragende blik beantwoordend zegt ons moeder: “We willen de Gooise Vrouwen zien!”

 

 

Peter Leen

Breukelen, 21 september  2009

 

column augustus 2009

 

'Fietsen is gezond'

 

Het is zondagmiddag 12.50 uur en ik rijd over de Kerkbrink richting de galerie. De Brink is, na een ingrijpende renovatie, inmiddels een gezellig plein geworden waar motorclubs hun pauzes houden en waar wandel- en fietsroutes beginnen c.q. eindigen. Het is een éénrichtingsweg voor het gemotoriseerde verkeer en men rijdt er niet harder dan stapvoets. Het weer is goddelijk en ik ben goedgemutst. Raampje open, elleboog naar buiten, kijkend naar het publiek op de terrassen. Horeca blijft kriebelen vooral in de zomer.

Een man op een racefiets, in bijpassend gekleurd pak, fietst me tegemoet. Nu kan je op de Brink je auto rechts parkeren in de daarvoor bestemde vakken. Gratis, tenminste daar heb ik een gewoonte van gemaakt, die ene keer dat ik daar sta, waarschijnlijk om bloemen te kopen. Links, gelijk met de weg, het plein waar de mensen lopen, de terrassen uitgestald staan en al wat dies meer zij.

Het racend fietspak komt naderbij en lijkt niet voornemens te zijn z’n thuis zorgvuldig uitgestippelde koers te wijzigen.

Op koninginnedag heb ik ’s middags samen met vriend Ed een klein uurtje bij de Mijndense sluis gezeten. Een belevenis op zichzelf. Prachtig weer, biertje onder handbereik en kijken maar. Typisch Nederlands, zitten op een terras en kijken naar wat die mensen allemaal aan het doen zijn. Varen is ontspanning zou je als leek zeggen, maar het is echter klein leed. De boze blikken op die boten en het gescheld is niet van de lucht. Pleziervaart heet dat dan.

Ik denk inmiddels; “Wat moet die vent op die fiets?”

Rijdend in de file door de stad, vertelde René me nog niet zo lang geleden, passeerde hem een fietser op dito fiets die hem volluit in het gezicht spuwde. Onder het oog van andere automobilisten. Flatsh!!! Iets smeriger kan je je bijna niet voorstellen. Waarom? Joost zal het wel weten, waarschijnlijk reed zijn auto in de weg, dat wil zeggen de fietser kreeg geen ruim baan. René, geen kleine jongen, hield zich wonder boven wonder gedeisd. Totdat hij de fietser voor de tweede keer tegenkwam. Deze medeverkeersdeelnemer had zijn kookpunt reeds bereikt en maakte daardoor een stuurfout en dientengevolge kuste hij het plaveisel. Kop stuk, been open. Tja…

Maar daar komt hij, het felgekleurde fietspak… gaat ie over mijn auto heen of wat doet hij?

Rakelings passeert hij m’n auto. Zo verschrikkelijk scheldend en mij alle ellende van de wereld toewensend dat hij me meteen te pakken had. Voet op de rem, gordel los en de deur bijna open. Ik hoor zijn vrouw, in zijn kielzog fietsend, naar hem roepen; “Jan rijd door!”  Ze klonk een beetje paniekerig, tenminste dat meende ik te horen. Ik was meteen weer bij mijn positieven. Wat zou ik trouwens gedaan hebben, vraag ik me af, wanneer ik inderdaad uitgestapt was. Ik ben 48 jaar en heb nog nooit met iemand gevochten. Ja, vroeger met m’n broer, maar daar zijn broers voor. En in dienst op oefening in Duitsland, dat was echter met losse flodders.

In de auto, Teem geschrokken naast me, zit ik heerlijk te genieten, want Jan was toch maar hard doorgereden. Geval van EPO, wat een eikel!

 

 

Peter Leen

Breukelen, 3 augustus  2009

 

column juli 2009

'Mooie boot'

Kom zojuist aan bij de galerie. Ik ben net uit mijn auto gestapt en loop met de sleutel in de aanslag om de voordeur te openen.
Ik hoor een jongen van een jaar of veertien tegen z’n buurman zeggen; “Bedankt…, u hebt trouwens ook een mooie boot”.
De buurman is een man van een jaar of zestig, schat ik, en ligt met zijn plezierjacht aan de Loswal in de Vecht. Voor zijn boot ligt een kleiner schip, een bootje van een kleine anderhalve meter, met kajuit! Een verhouding van het oude Fiatje 500 ten opzichte van de Mercedes 280 SL. De dreumes was waarschijnlijk door de pensionado geholpen met het aanmeren. Zo werkt dat bij schippers onderling.
Het is prachtig weer, mensen zijn vandaag dus vriendelijk tegen elkaar, mijn dag begint goed. Ik had mijn Van Bommels al aangetrokken in de vaste overtuiging dat ik vandaag een schilderij ga verkopen. Je moet je energie ergens vandaan halen, nietwaar?
Met goede zin begin ik te slepen met beelden, sokkels en tafels. Schilderijen worden opnieuw gerangschikt, dozen met lege wijnflessen verdwijnen naar de auto en ondertussen is Teem klaar met de stofzuiger. Voor wie het nog niet weet; Teem is mijn nieuwe geliefde en staat me bij in de galerie.
Voldaan zit ik in de galerie en geniet van het resultaat. De overbuurman zegt dat ik nu heel goed werk heb hangen. Goed zo!
Helaas, het blijft erg stil in de galerie. Het is de tijd van het jaar zullen we maar zeggen, over die crisis zouden we het niet meer hebben, dus we mopperen niet.
We mopperen zeker niet, want na een hoop gedoe ben ik weer permanent in de lucht wat het Internet betreft, ook thuis. Je kunt als ondernemer echt niet meer zonder, blijkt.
Ook ben ik sinds mijn verhuizing verstoken geweest van televisie. Eigenlijk een beetje uit laksigheid. Op zich echter niet zo’n probleem wanneer jouw mooie en liefdevolle geliefde de bank met je deelt met een kast vol prachtige films, maar ook dan lijkt het wel of je op een eiland leeft. Ik moest eergisteren van buitenaf het nieuws vernemen over het overlijden van Simon Vinkenoog, om maar iets te noemen. Het is voor het eerst sinds jaren dat ik de tour niet volg en geen idee wie Wimbledon heeft gewonnen en ook de Mexicaanse griep gaat aan mijn huisdeur voorbij. Wat betreft Ajax ben ik de kluts al helemaal kwijt, maar het seizoen moet nog beginnen, dus…
Dus… ik zit weer helemaal vast gekleefd aan het toetsenbord van m’n pc, lekker!
Ik ben druk met m’n website en zie nog net de kleine kapitein zijn scheepje op de Vecht een draai van honderdtachtig graden maken en wegvaren met het geluid dat meer past bij een Mini Cooper dan bij het oude Fiatje 500. Een vergissing mijnerzijds, maar ik heb dan ook geen verstand van boten.

 

Peter Leen
Breukelen, 22-07 2009

 

column november 2008

'Geen Kunstwerk'

 

Mieke zit aan de bar, lang niet gezien.

“Hoi Peter, hoe is het met je galerietje?”

Ze is helemaal nooit bij me in de galerie geweest dus hoe kan zij überhaupt iets van de grootte van de galerie afweten?

“M’n moeder is zo leuk aan het schilderen, ze krijgt veel waardering van mensen”.

Ik zit aan de bar met een glas witte wijn en denk aan m’n meisie, Tim de nieuwe liefde in m’n leven.

Mieke lult ondertussen een eind weg. Je mag wel eens naar de tandarts, denk ik.

Vervolgens begint ze een verhaal over die tandarts en iets over stoppen met roken.

Haar vriend komt binnen, uitgerookt. “Oh, dan ga ik nu roken”.

Ik mis Tim.                     

Heb zojuist een fantastische opening van mijn Heyboer expositie gehad. Veel mensen geweest, heel veel mensen. Honderdvijftig, tweehonderd? Ik heb geen idee. Om de glazen met wijn gevuld te krijgen was even topsport bedrijven. Wanneer het zó druk is wordt er meestal minder verkocht, maar ik mocht niet klagen.

Er was een voordracht door acteur Dick van den Toorn, die enkele delen van zijn Heyboer voorstelling uit de Parade voordroeg. Heel bijzonder. Ik had zelf een verhaal over Heyboer wat goed overkwam en er was de veiling van een gouache van Heyboer die een uitstekend resultaat behaalde: 2300 euro voor de operatie van het meisje uit Malawi.

Ik zit nu dus in de kroeg en heb niemand om het mee te delen en dat wil je toch na zo’n dag. Dat is nu net waar het allemaal om gaat.

Wat doe ik hier? In de kroeg waar ik altijd zo graag kom. Het is 23.15 uur en ik zit te luisteren naar bullshit. De tv staat aan, er kijken een paar mensen naar de samenvatting van Ajax – PSV.

“I love you”, zegt Mieke en kijkt verliefd naar d’r vriend.

Waarom ook niet? Ik wilde dat ik nu aan de bar zat bij Tim, dan zou ik dat ook zeggen, met waarschijnlijk dezelfde blik in m’n ogen. Alleen niet zo dronken dan.

Mieke en vriend gaan naar huis en ze fêteert me bij het weggaan op een zoen vol op de mond. “Ik wil hier weg!” denk ik.

“Twee leidingwater en een rode Spa”, een wereldbestelling van één van de hockey scheidsrechters die hier op zondagavond altijd ‘vergaderen’.

Ik bestel een toast met zalm. Door de opening van de expositie is eten er bij ingeschoten, dus ik had wel trek. Normaal gesproken kan je hier altijd laat eten maar nu was er topoverleg in de keuken. ??? Uiteindelijk kreeg ik een niet aangeklede toast met zalm. Ook zo smaakte het best maar het was geen kunstwerk.

 

 

Peter Leen

Breukelen, 16-11 2008

 

column september 2008

‘Crisis, what crisis?’

 

De titel van een prachtig album van Supertramp uit 1975. Deze LP moet nog ergens in een doos op zolder staan. Ben nog steeds van plan om m’n platenspeler weer aan te sluiten en m’n lp’s naar beneden te halen. Ben dan benieuwd hoe m’n kinderen reageren op die ‘ouwelullen muziek’, wellicht dat ze er wat uitpikken. Zo gaat dat toch?

Maar even terug naar de aanhef. Ik word niet goed van de zogenaamde kenners, analisten, verbalisten, specialisten, beursgoeroes en wat dies meer zij. Wanneer ik hun moet geloven staan we op het punt failliet te gaan. En we is dan de westerse wereld. Van de week sprak zo’n beursman over het feit dat mensen met geld, met enkele miljoenen euro’s op de bank, dat die een waar probleem hebben. Want waar moeten zij met hun geld naar toe? Op de bank laten staan is inmiddels linke soep, hij zou wel eens om kunnen vallen. En dan raken die miljoenen zoek. Ik dacht dat ik van m’n stoel viel. Dit is de omgekeerde wereld. Geef mij zo’n probleem!

Het ergste vind ik nog dat het elke dag op de televisie uitgezonden wordt. Ze moesten het verbieden die hysterie, deze bangmakerij. Ligt hier niet een mooie taak voor onze gewaardeerde minister-president? Laat ons kuifje televisie zendtijd opeisen en het volk op zijn gemoedelijke wijze tot rust manen. Wij Nederlanders zijn immers rechtgeaarde calvinisten, jongens van Jan de Wit. Houd toch op met die flauwekul over omgevallen banken en het balanceren van de financiële wereld op het randje van de afgrond. Dan doe je toch een stapje terug.

Wij zijn toch het land van de VOC, de molens, waterkeringen, Rabobank, Calvé pindakaas, Daf, Rembrandt van Rijn en De Ruyter gestampte muisjes. Nou dan!

Voor iedereen die bang is om zijn of haar spaarcenten te verliezen of niet meer weet waarin te investeren heb ik een geweldige oplossing;

koop een goed schilderij of beeld, hang of zet het in je huis en geniet er van, elke dag opnieuw.

Weet u niet zo goed wie of wat, ik kan u daar absoluut mee helpen om te beginnen met de nieuwe tentoonstelling van Vera Pouw, beginnend volgende week zondag.

 

Peter Leen

Breukelen, 28-09-2008

 

column juni 2008

Heerlijke B

 

Paul Rubens, Picasso, Tiziano Vecellio, Paul Gauguin, Gustave Courbet, John Vanderlyn,

Goya, Magritte, Manet, Botticelli, Corneille, Bernard de Wolff, Annemarie de Groot, Aat Veldhoen.

Zomaar een willekeurig aantal namen van gerespecteerde kunstenaars van vandaag en uit vervlogen tijden. Ze moeten iets met elkaar gemeen hebben anders staan ze hier niet bij elkaar. Het rijtje kunstenaars, hier beperkt tot schilders, had overigens vele malen groter kunnen zijn.

Sommige van deze kunstenaars kende/kennen elkaar, werk(t)en in dezelfde ateliers, waren/zijn met elkaar bevriend. Schilderijen van hen zijn opgenomen in vooraanstaande collecties en musea. Boeken staan er vol mee. Prachtige plaatjes met bevallige dames, picknickend in het bos. Adam die Eva een appel aanreikt. Een licht gekleurde dame gehuld in een rieten rokje op een tropisch eiland. Heerlijke afbeeldingen die zo de vakantiefolders in kunnen van Arke-reizen. Helemaal niets mis mee.

Voor mij op mijn bureau ligt de Kunst- en Museumkrant. Op de cover een afbeelding van een schilderij van Adriaen van der Werff.

“In een lommerrijk hoekje van een tuin laat een herderin zich door fluitspel verleiden. Door de porseleingladde huid van het paar en het geraffineerde spel met vlekjes zonlicht straalt de scène pure zinnelijkheid uit. Het schilderij, ‘De verliefde schaapsherder’ is het topstuk van de tentoonstelling in het Dordrechts Museum”, aldus de begeleidende tekst. Mooi schilderij, dunkt mij.

Ook ik heb een lichte voorkeur voor ‘Naakten’. Ooit stond ik op een gerenommeerde kunstbeurs voor een schilderij van Isaac Israëls. Ik was zo geraakt door deze, mijn inziens Nederlands beste Impressionist, dat ik de tranen niet bedwingen kon. Dat was voor mij een bijzonder nieuwe ervaring welke ik later niet veel vaker ervaren heb (een beetje gekke zin maar u begrijpt wat ik bedoel).

Waar wil ik heen. Niet naar het gemeentehuis van Huizen in elk geval. Want bovenstaande kunstenaars en hun meesterwerken zouden daar niet welkom zijn. Sterker nog; ze zouden verbannen worden. Op de brandstapel met ze!

Deze kunstenaars, het zijn net mensen, hebben namelijk ontdekt dat vrouwenlijven zich ondermeer onderscheiden van die van de man door de aanwezigheid van een boezem. Borsten, u weet wel.

 

 

Oh, heerlijke boezem

groot of klein

Wat een genot schenkt u

groot en klein

Oh, heerlijke boezem

groot of klein

wat ben ik blij met uw bestaan

 

 

Uren zou ik er over kunnen praten, er naar kijken enzo.

Niets mis met mij. Niet gek of zo.

Nou daar denken ze dus bij het gemeentehuis van Huizen anders over. Borsten mogen daar niet, ze zijn daar niet welkom. Kunstenares Ellen Vroegh heeft dat aan den lijve ondervonden. Haar schilderij ‘Danseuses Exotiques’ moest worden verwijderd uit de hal van het gemeentehuis waar zij een kleine expositie had ingericht. Er waren namelijk enkele mensen die aanstoot hadden genomen aan de halfblote dames afgebeeld op het schilderij (geschilderd op de wijze zoals Corneille ook borsten schildert).

Weten deze mensen wel dat de Seksuele Revolutie in Nederland al in de jaren 60 geslecht is. Beseffen die lui dat op dat gemeentehuis ook wel?

Het gaat hier nota bene over een onschuldig schilderij, over een verre van provocerend kunstwerk.

Wat bezielt hen? Nooit met het licht aan naar bed gegaan zeker!

Mannen met baarden zijn in, vrouwen met borsten zijn uit.

Is dit mijn Holland?

 

 

Peter Leen

Breukelen, 19-06-2008

 

 

column mei 2008

Ton S en de ouwe rukker

 

Een rooie kop en mijn bureau een klein slagveld. Ik zit met m’n hoofd bijna in mijn computer.

Het is lekker weer dus de deur staat open. Op de ezel voor het raam staat een schilderij van Jan Tinholt, een tafereel aan de Vecht, 60 x 80 cm.

Ondanks mijn concentratie zie ik hem buiten staan. Grote kerel, semi-sportfiets die hij parkeert voor het schilderij aan de andere kant van het raam.

Hij komt binnen, doet zes stappen, maakt een pirouette een balletdanser waardig, en zegt in de draai;

“Je moet eens naar mijn schilderijen komen kijken. Dat heb ik als eens eerder gezegd maar je bent nog niet geweest”.

Uit z’n draai loopt hij weer richting de deur waar hij net twintig seconden eerder door naar binnen was gekomen. Wijzend op de schilderijen, hangend bij de trap, zegt ie nog;

“Dat zijn namaak schilderijen van die Schulten uit Limburg”.

Vanwege de concentratie en omdat het werk betrof van Niels, waar ik net een geweldige expositie mee heb afgesloten, sprong ik als een veer achter mijn bureau vandaan

en sprong als het ware op de man af. Kom niet aan mijn Niels, hè.

Hij was nog niet klaar want ook het schilderij op de ezel werd van commentaar voorzien.

“Dit lijkt op werk van die Utrechtse kunstenaar, hoe heet ie ook al weer? Maar die schildert altijd veel kleiner”.

Nou heeft Jan Tinholt ook wel klein geschilderd maar dit was voor zijn doen echt niet buitensporig groot. Jan woont nu weliswaar in Nijmegen maar heeft altijd in Utrecht

gewoond en gewerkt. Ik opper dus de naam van de kunstenaar maar er ging geen belletje bij hem rinkelen. Hij kijkt nog een keer en heeft meteen wat te melken over de prijs.

“Ja”, zegt ie, “tuurlijk vragen ze daar tegenwoordig gewoon maar 3.000 euro voor. Bij mij kosten ze de helft”.

“U schildert zelf?” is mijn vraag. “Al vijfentwintig jaar, en mijn vader ook. Ik kom uit een schildersgeslacht van meer dan zeven honderd jaar oud”.

Bij mij zat die eerste opmerking van de namaak schilderijen echter nog steeds dwars, dus ik vraag hem er naar.

Buiten hangt een grote houten lijst met daarin een poster met een afbeelding van een schilderij van Niels Schouten aan de muur. Nota bene het schilderij wat afgelopen

expositie meteen verkocht werd.

Meneer de schilder wijst erop en zegt; “Kijk die vlakken, dat licht, dat is van Ton Schulten uit Ootmarsum”.

Had ik het toch goed begrepen en dus niet ene Schulten uit Limburg maar dé Ton Schulten.

“Nou meneer, die Ton Schulten van u, die mocht willen dat ie dit kon”, was mijn zeer verbeten verdediging. Of eigenlijk was ik helemaal in the mood voor de aanval!

“Het is natuurlijk uw vak” ging hij verder zonder zich ook maar van iets bewust te zijn, “maar ik schilder al 25 jaar dus ik weet het echt wel”.

“Ton Schulten kan niet eens in de schaduw staan van deze kunstenaar”, zei ik. De aanval was nu ingezet, komt u maar!

Waar hij het vandaan haalde, ik weet het niet, maar hij pareerde het volgende;

“Ook die Jeroen Krabbé, met z’n tentoonstelling in Zwolle. Dat verkoopt maar, 10.000 Euro’s voor die zooi van die ouwe rukker.

Heb je die film in de bioscoop destijds dan niet gezien, die Krabbé samen met die vieze kerels?”

Dit was zo onverwachts en komisch dat ik er wel om lachen moest. Aanval afgewend. Vond ik eigenlijk wel zo fijn.

Maar wat moest ik hier nou mee? Het ging mij niet om Ton Schulten of Jeroen Krabbé. Ieder het zijne.

Ik twijfelde. Ik vroeg hem dus of zijn schilderijen op het Internet te zien zijn. Dat was niet het geval want daar kost alles 150 euro, of iets dergelijks.

Of er dan niet een website is waar ik zijn schilderijen kon zien? Ook niet, dat was niets voor hem. Natuurlijk had hij ook geen afbeeldingen bij zich.

Of hij dan niet exposeerde? was mijn laatste vraag.

“Ik heb al dertig jaar geen auto en dan moet ik gaan leuren bij andere mensen en die willen daarvoor ook weer wat hebben. Vroeger betaalde ik wel eens met schilderijtjes

maar dat doe ik niet meer. Al dat geleur, daar heb ik geen zin meer in”.

Iemand glipt achter mij langs de galerie binnen waarop de grote kunstkenner tegen mij zegt dat ik maar naar binnen moet omdat ik een klant binnen heb.

Hij stapt op zijn fiets en zegt; “Nou ajuus, ik kom nog wel eens langs”.

 

Dit alles speelde zich af in een tijdsbestek van een minuut of tien. Ik was een soort van murw geslagen. Geen idee wie hij is.

Dit moest ik even op mij laten indringen. Het ging zo snel en met zoveel informatie tegelijk.

Ik schiet in de lach en bedenk dat ik hem dankbaar ben. Mooi onderwerp voor m’n volgende column.

Wat die klant betreft had hij gelijk. De desbetreffende bezoeker was nog geen klant maar sinds die dag wel. Hij kocht een portretje door Ellis Tertoolen geschilderd

en betaalde ter plekke.

Ik voelde me rijk. Geld in de pocket en een nieuwe column in het hoofd.

 

 

Peter Leen

Breukelen, 02-05-2008

 

 

column april 2008

Rembrandt en de Stier van Potter

Zondagmiddag, 13 april, het is lekker weer en ik zit in de galerie in Wijk bij Duurstede.
Ik ben zeer tevreden over de nieuwe expositie die ik daar een week eerder heb ingericht.
Een voorjaarstentoonstelling, veel kleur, niet te zwaar. Vier schilders, drie beeldhouwers.
Ik zit aan tafel de Museumkrant te lezen wanneer er een aantal mensen binnenkomen, zes in totaal.
Drie dames, drie heren. Ze horen, blijkt even later niet bij elkaar. Een ‘tweetje’ en een ‘viertje’.
Ik geniet van het lovende commentaar van de bezoekers.
Helaas van korte duur.
“Dit komt er bij mij niet in”, verteld één van de heren uit het ‘viertje’ mij ongevraagd. Een man van een jaar of zeventig, 1m70 en hij draagt een pruik. Hij doelt op een schilderij van Jean-Henri Brossat.
“Die past niet bij mijn schilderij van Rembrandt” zegt ie op redelijk luide toon.
“Heeft u een schilderij van Rembrandt?” vraagt één van de andere aanwezige mannen, waarop ik dus begreep dat zij niet bij elkaar hoorden.
“Ja en ook ‘de Stier van Potter’ hangt bij mij thuis”.
De tranen stonden in z’n ogen.
Wat moet ik hier nou weer mee? dacht ik, wat een mafketel!
De man begon uitvoerig te vertellen en daarmee alle aandacht voor zich opeisend. Er werd dus niet meer naar het werk van de kunstenaars in de galerie gekeken.
“Via je computer kan je een schilderij bestellen, wat je maar wilt. Deze wordt dan in China door zeer vakbekwame schilders nageschilderd. Ze kunnen alles en het verschil zie je niet!”
De man had helemaal een rode kleur van opwinding gekregen. Appelwangen.
“Maar waar is dan de ziel van de kunstenaar in zo’n schilderij?” zegt weer die ander.
Ik kon hem wel zoenen, meteen mijn vriend, ik dacht even dat ik de enige was in dit vreselijke verhaal, een roepende in de woestijn! Ik zat me eigenlijk al op te winden.
“Meneer, deze Rembrandt bij mij thuis aan de muur is het mooiste schilderij dat ik ken. Ik ben hier zo verschrikkelijk gelukkig mee. Ik heb de foto van het originele schilderij ernaast gehouden. Je ziet geen verschil”.
Het gesprek duurde maar voort. Ik had er al lang genoeg van. Eindelijk, een minuut of vijf later, vertrok het viertal met de Grootaandeelhouder der Schone Kunsten vier voorop. Hij had een overwinning behaald. Hij had, waarschijnlijk wederom, een galeriehouder de waarheid verteld, deze op z’n plek gezet. Er gaat immers niets boven een Rembrandt die waakt over de stier van Potter, thuis aan de muur.

Gelukkig viel het tweetal in de galerie, weer naar de echte kunst kijkend, me troostend bij.
“Laat zo’n man maar gaan, die leer je niets meer”.
We praatten nog wat over de kunst en de galerie. Leuke, enthousiaste mensen.
Daar krijg je weer het gevoel van: daar doe ik voor, voor zulke mensen!
En die vent met z’n onechte stier van Potter… laat ‘m.
Ik zit hier tenslotte in de galerie tussen de echte kunst… met m’n echte haar!

Peter Leen
Breukelen, 17-04-2008

 

column maart 2008

Krankzinnig

 

Wat wonen we soms toch in een krankzinnig land.

Ik zit achter m’n pc te werken en zie dat het sneeuwt!@#$%^&&**(!

Het is al 22 maart, ’t is bijna een goeie 1 april grap.

Ik moet meteen denken aan het schilderij ‘Snow in April’ gemaakt door Anna Verrijt. Het sneeuwde in april toen ze dat schilderij maakte. Jammer dat ik het zelf niet gekocht heb. Geweldig schilderij. Maar ja, the show must go on!

 

Krankzinnig land, waar een minister-president zich al een tijd druk maakt over een film die nog komen moet maar welke nog door niemand gezien is.

Of de heisa die ontstond toen er kamervragen werden gesteld over een antieke seksfilm die op de tv uitgezonden zou worden. Geef mij ook zo’n reclame!

 

Krankzinnig land, waar ik van de week iemand op de radio hoorde vertellen over de rente die door de banken één dag te lang wordt achtergehouden. Dat mocht toch niet gebeuren want “geld is emotie” zegt de man.

En ik maar prediken dat kunst kijken en een goed glas wijn emoties bij de mensen losmaken.

De enige die ik ooit heb zien huilen bij het zien van geld is de oom van Donald Duck.

 

Krankzinnig land, waar het wordt geregeld dat je geen seks meer mag hebben met dieren. Zeg maar dag tegen je tortelduifjes.

Ondertussen sneeuwt het nog steeds, krankzinnig!

 

Krankzinnig land, waar je ’s avonds niet over de A2 vanuit Amstelveen naar Breukelen kan komen omdat de file al begint bij de afslag Holendrecht. Om gek van te worden.

Mis ik dus wel een fantastische maaltijd bij klanten van me waar ik een schilderij moest brengen.

Vanavond is de herkansing, maar of er dan ook gekookt is moet ik dan maar afwachten.

 

Om krankzinnig van te worden, het beleid van die ene stichting die bepaald of je als galerie wel of niet in aanmerking komt voor de door de overheid gesubsidieerde kunstkoop regeling.

Dat was ook de mening van een collega uit het oosten des land die onlangs samen met een zakenrelatie een nieuwe regeling op touw heeft gezet waarbij wij, door diezelfde stichting gefrustreerde galeries, ons massaal hebben aangesloten.

Welkom bent u, potentieel kunstkoper, om van deze Nationale Kunst Koop gebruik te maken. Koop nu maar dat ene schilderij welke u zo prachtig vindt en bij die andere galerie dat beeld dat u in gedachte al tien keer gekocht hebt. Leuker kunnen ook wij het niet makken, gemakkelijker wel!

U blij, de kunstenaars, de galeries, de bank, allemaal blij.

O heerlijk blij land, wat ben ik toch krankzinnig happy dat ik hier woon.

 

 

Peter Leen

Breukelen, 22 maart 2008

 

 

column november 2007

 

Geachte minister van landbouw, milieu en het departement ‘zwijnen afschieten’.

 

In maart jl. informeerde ik u reeds over het loslopende zwijn in het centrum van ons pittoreske Vechtdorp Breukelen. Mede dankzij enige aandacht van de media kreeg ik het plezierige vermoeden dat het zwijn ons de rug had toegekeerd. Wellicht uit schaamte of uit vrees voor jagers, dat is mij onbekend.
Maar helaas, het zwijn is terug. Of het dezelfde is als weleer is mij niet duidelijk, het beest vertoont zich niet wanneer er mensen in de buurt zijn. Echter de sporen zijn overduidelijk; drie drollen met een wat droge structuur netjes naast elkaar bij mij voor de deur. Het zwijn heeft kennelijk iets met kunst. Of, dat zou een mogelijkheid kunnen zijn, de stoep in de Herenstraat heeft een dermate hoge aantrekkingskracht dat hij zelfs de bossen en grasvelden laat voor wat ze zijn.
Nu blijkt op een andere plek in ons land, de Veluwe, een probleem te zijn met een te hoog aantal wilde zwijnen. Er zijn er zoveel te veel dat, naar het schijnt, volgende week wordt begonnen met het afschieten van deze zeer gevaarlijke wilde varkens.
Men heeft het zelfs over 4.000 exemplaren. Nu zou ik willen opperen om er 4.001 van te maken. Ik bied mij bij deze vrijwillig aan om bij de drijfjacht in Breukelen te assisteren.
Op de bijgesloten foto ziet u het product van het zwijn in volle glorie bij mij voor de deur liggen. Rond lopend met de gedachte de zwijnerij zo op te ruimen, constateerde ik dat ik te laat was!
Twee mensen kwamen naar de galerie toe gelopen en troffen daar de deur gesloten, het was maandag. Geluk voor mij dat ze niet binnen kwamen, pech voor de eigenaar van de schoen en de auto waar dus een stukje zwijn in de mat en/of gas- en rempedaal achter gelaten zou worden.
Je kunt het de hond natuurlijk niet kwalijk nemen, echter wel het zwijn. Laat die zijn hond voor zijn eigen deur …!
Dus beste inwoners van Breukelen hoedt u voor het zwijn in de Herenstraat en aan u zwijn… hoedt u voor de drijfjacht.

 


Peter Leen
Breukelen, 6 november 2007

 

 

column maart 2007

‘Zwijnen’

Heuse sporen van zwijnen zijn er gesignaleerd in Breukelen en wel in de Herenstraat aan de Loswal!

Wij Nederlanders houden van dieren en zijn zeer met hen begaan. Dat bijvoorbeeld de Partij voor de Dieren voor het eerst in de kamer plaats mag nemen is bekend. Zij maken zich druk om het wel en wee van de dieren en beesten in onze gemeenschap. Er zijn mensen die vinden dit een prachtig streven.

Hebben de dieren nu net als wij mensen rechten? En zo ja, hoe zit het dan met de plichten?! Zijn zij verantwoording schuldig aan hun ‘baasjes’ en/of eigenaars en zijn diezelfde mensen dan verantwoordelijk voor het gedrag van hun viervoeters, hun maatjes?

In het eerste geval blijf ik het antwoord schuldig. In het andere geval lijkt mij het antwoord duidelijk.

Wellicht dat het volgende duidelijkheid brengt.

 

Heel lang geleden (een dag of drie) was er eens een zwijn.

Na een nacht stevig geslapen te hebben en het ontbijt achter de kaken werd ons zwijn geplaagd door een rommelend gewoel in zijn buik. Het kon niet de chronische honger zijn, het zwijn had immers net ontbeten. Nee, het zat lager.

Iets in zijn directe omgeving gaf hem aanleiding om de stoute schoenen aan te trekken en er op uit te gaan. Eigenlijk met tegenzin, het was nu niet bepaald geweldig weer voor een ommetje. Maar het was beter dat hij ging.

Zijn vertrouwde loopje deed hij plichtsgetrouw. De Herenstraat, het is weliswaar geen bos waar hij lekker z’n gang kan gaan zonder zich van iemand iets aan te trekken, is voor hem bekend terrein. Hij telt de stoeptegels, weet waar de trottoirband loopt, kent de lantaarnpalen, sommige zelfs bij naam. Het hekje bij de wijnwinkel is nog een beetje wennen maar dan komt al gauw de brocantewinkel, daarna het schildersbedrijf en dan… ja daar voor de deur van de galerie blijft het zwijn staan. Vol verbazing kijkt hij op, “oei, wat reed die auto hard”! Dat hij voor de ingang van de galerie staat, een plek waar kunstenaars hun werk exposeren, dat weet ons zwijntje niet. Heeft er geen idee van zelfs.

Hij staat daar maar. Hij is echter niet alleen. Net op het moment dat hij zich naar zijn metgezel omdraait, ziet hij dat zijn hond alweer klaar is. Klaar met schijten op het midden van de stoep! ‘Oh, wat een lekker plekje’. 

Ietwat geïrriteerd door het oponthoud sjokt het zwijn weer verder de Herenstraat in,

het hoofd verborgen in z’n vette kraag.

In zijn kielzog volgt zijn trouwe hond.

 

Peter Leen,

Breukelen, 1 maart 2007

 

Galerie Peter Leen   homepage